Een tussenweg tussen onafhankelijkheid Catalonië en centralistisch Spanje

Terwijl alle aandacht uitgaat naar de strijd tussen twee nationalistische kampen, worden in Catalonië de posities betrokken voor de volgende slag: de regionale verkiezingen op 21 december. Misschien is dat de kans de meest voor de hand liggende oplossing dichterbij te brengen: een plurinationaal Spanje. Europa zou zich hard moeten maken voor zo’n tussenweg, in plaats van zich bang te verschuilen achter de legalistische aanpak van de regering-Rajoy.

Op 24 september kwamen in de Spaanse stad Zaragoza 500 burgemeesters en vertegenwoordigers van nationale en regionale politieke partijen en burgerbewegingen bij elkaar, na een oproep van de nieuwe Spaanse partij Podemos. Zij ondertekenden een manifest dat opriep tot dialoog tussen de Partido Popular-regering in Madrid en de separatistische beweging in Catalonië. Deze groepen, die een kwart van de Spaanse kiezers vertegenwoordigen en grote steden als Madrid, Barcelona, A Coruña en Cádiz besturen, pleiten voor een ‘plurinationaal’ Spanje: een federale staat waarin Spaanse regio’s grote autonomie krijgen, met een sterk zelfbestuur, maar wel op basis van onderlinge solidariteit.

Dat vereist een herziening van de Grondwet van 1978. Die grondwet is het resultaat van de Transitie van de dictatuur van Franco naar democratie. Dat was een gecontroleerde overgang, een compromis tussen de machten van de Franco-dictatuur en de gematigde sociaaldemocratische oppositie die werd gesteund door de rest van Europa. Veel van de economische belangen, geconcentreerd in families en economische groepen rond de oude regering, bleven in stand. Het verkiezingsstelsel bevoordeelde partijen met een sterke achterban op het katholieke, conservatieve platteland: de PP krijgt daardoor nog steeds een proportioneel hoger aantal zetels in het parlement dan zij aan stemmen in het land heeft behaald. In de Senaat bijvoorbeeld heeft de PP 66% van de zetels en slechts 33% van de stemmen. De rechters van het Constitutioneel Hof worden benoemd door de regering, net als bijvoorbeeld de directeur van de nationale tv-zender TVE.

Regime van 1978

De Catalaanse opstand is een uiting van de onderliggende fricties in dit Spaanse bestel, door de nieuwe oppositie het ‘Regime van 1978’ genoemd. De huidige onrust is terug te voeren op de eurocrisis die vanaf 2008 grote delen van de Spaanse bevolking in de misère stortte, terwijl de verantwoordelijken daarvoor buiten schot bleven. Een belangrijke datum in de recente politieke dynamiek is 15 mei 2011 (15M in Spaans jargon), toen een grote protestbeweging Spaanse pleinen bezetten uit protest tegen de bezuinigingspolitiek, en meer democratie eiste: ‘Wij zijn links noch rechts – wij zijn die van onderop tegen die aan de top’ was hun leus.

De pleinbezetters van toen zijn snel politiek volwassen geworden. Podemos, opgericht in 2014, behaalde ruim 20% van de stemmen bij de laatste verkiezingen. ‘Burgerplatforms’ in Madrid en Barcelona vormden met veel andere steden de ‘gemeentes voor de verandering’, die actief ten strijde trekken tegen de centralistische Spaanse staat. In Catalonië werd de charismatische Ada Colau burgemeester namens het burgerplatform Barcelona en Comu (BeC, Barcelona in Gezamenlijkheid) op. Begin dit jaar werd ook de partij Catalunya en Comu (CatComu) opgericht, om de ideeën van radicale democratie, zelforganisatie en betrokkenheid van de burgers in de regio te verbreiden.

De grote populariteit van deze nieuwe bewegingen was een bedreiging voor de traditionele partijen in Catalonië. De conservatieve PdeCat-partij van de Catalaanse regiopremier Puigdemont was (onder zijn vorige naam CDC ) bondgenoot van de PP en voerde een vergelijkbaar bezuinigingsbeleid dat op veel weerstand stuitte. De CDC kwam net als de PP in opspraak door grootschalige corruptie, wat de populariteit vergrootte van de nieuwe bewegingen die dat blootlegden.

Twee nationalistische kampen

Daarop besloten de Catalaanse conservatieven de nationalistische kaart te spelen en samen met linkse separatistische bewegingen voor de onafhankelijkheid van Catalonië te gaan. Ook die laatsten zagen zich serieus bedreigd door de ‘Comu’ burgerplatforms. Met een nipte meerderheid zette de separatistische coalitie een heilloos ‘proces’ naar onafhankelijkheid in, daarbij geholpen door een starre centrale regering die de steun onder Catalanen voor onafhankelijkheid de afgelopen jaren deed stijgen van ongeveer 15% naar ruim 40%. Terwijl zo’n 80 procent voor meer autonomie binnen Spanje is.

Nationaal brokkelt ook de legitimiteit van de Partido Popular steeds verder af. De PP, opgericht door ministers uit het oude Franco-regime, was sinds de overgang naar democratie in 1978 vaak aan de macht, soms afgewisseld door de sociaaldemocratische PSOE. Haalden deze partijen tot voor kort ieder 40 tot 50% van de stemmen, dat aantal is nu bijna gehalveerd door de opkomst van Podemos en de kleinere liberale partij Ciudadanos. Ministers en burgemeesters van de PP zijn inmiddels tot jarenlange gevangenisstraffen veroordeeld vanwege corruptieschandalen. Er lopen nog honderden rechtszaken en onderzoeken naar de miljarden die zijn verdwenen in de systematische afroming van overheidsgeld door de netwerken rond de PP. Dat maakt de huidige nadruk van premier Rajoy op de rechtstaat hypocriet. De PP en de grote bouwondernemingen, banken en mediabedrijven erom heen – ‘la casta’ zoals de nieuwe oppositie hen betitelt – hebben die rechtstaat tientallen jaren aan hun laars gelapt.

In november vorig jaar sprak ik Miguel Angel Aguilar, een van de eminces grises van de Spaanse journalistiek en dagelijks politiek televisiecommentator. Het gesprek ging over de opkomst van Podemos en de burgerplatforms. Bepaald geen fan van Podemos, erkende Aguilar dat de nieuwe bewegingen met hun strijd tegen de ‘enorme corruptie’ van de Spaanse regeringspartij Partido Popular veel succes boeken. Maar onderschat premier Rajoy niet, voegt Aguilar toe. ‘De Partido Popular kiest altijd een duidelijke tegenstander uit om haar eigen populariteit te vergroten. Heel lang was dat de sociaaldemocratische PSOE. De PP en de PSOE wisselden elkaar de afgelopen veertig jaar af in de regering.’ Maar, zegt Aguilar, de nieuwe tegenstander zouden wel eens de Catalaanse separatisten kunnen zijn.

Een jaar later krijgt hij gelijk. Terwijl het net rond Rajoy zich steeds nauwer sluit – hij moest in juli zelf voor de rechtbank getuigen over zijn rol in een van de corruptieschandalen – besloot ook de PP tot de vlucht naar voren. Ideaal doel waren de Catalaanse nationalisten. Door de confrontatie met hen te zoeken sloeg de sluwe strateeg Rajoy twee vliegen in één klap: het kantelde de politieke discussie (van onderop versus corrupte elite naar nationalistische eensgezindheid binnen Spanje tegen die rebelse Catalanen) en bond hij de andere partijen aan zich – de PSOE is traditioneel tegen onafhankelijkheid van Catalonië. De populariteit van de PP onder Spanjaarden steeg, maar ook die van de Catalaanse nationalisten. De PP-regering weigerde stelselmatig een dialoog, ondanks vele openingen daartoe, omdat zij gebaat is bij de polarisatie.

Een plurinationale tussenoplossing

De Comu-partijen (en ook Podemos) nemen een middenpositie in tussen de twee nationalistische kampen. Zij zijn geen voorstander is van onafhankelijkheid, maar wel van het recht van de bevolking om zich uit te spreken; Ada Colau ondersteunde het referendum op 1 oktober, maar stemde ‘blanco’. Zij pleiten voor een ‘referendum pactado’: een legaal referendum waarin de vraagstelling genuanceerder is – niet alleen ‘ja’ of ‘nee’ tegen onafhankelijkheid maar ook de keuze voor een ‘plurinationaal’ Spanje. Uit een recente peiling bleek dat 57% van alle Spanjaarden – en 75% van de Catalanen – voor zo’n referendum is. Dat zal de inzet zijn van de Comu-coalitie in de Catalaanse verkiezingen die zijn uitgeroepen op 21 december, als onderdeel van het inroepen van Artikel 155 van de Grondwet, waarmee Rajoy de macht over heeft genomen in Catalonië.

Ook al nemen zij een redelijke middenpositie in, de oplossing die de nieuwe oppositie voorstaat is zeer bedreigend voor de macht van de PP. Daarom valt te vrezen dat Rajoy de polarisatie met de separatisten verder zal doorzetten. Die zullen op hun beurt de komende maanden ook alles doen om hun uitzichtloze strijd in leven te houden. De ‘vlucht’ van Puigdemont naar Brussel om het conflict naar een Europees niveau te tillen heeft mede tot doel tijd te rekken, en de aandacht af te leiden van de derde optie die voorligt op 21 december.

Rajoy’s legalistische beroep op de Grondwet wordt ondersteund door andere Europese lidstaten. Er is echter een verschil tussen de ‘letter’ en de ‘geest’ van de wet. Harmonieus samenleven is mogelijk in Spanje, maar daarvoor is staatsmanschap nodig in plaats van cynische machtspolitiek om je belangen te beschermen. Van Rajoy valt geen staatsmanschap te verwachten. Maar als Europa zijn eigen waarden serieus neemt, zal zij moeten ophouden met de kritiekloze steun aan de Spaanse constitutie. Als legaliteit en legitimiteit niet meer samenvallen, moeten de instituties vernieuwd worden.

Op basis van dit artikel werd ik geinterviewd door De Volkskrant. Het interview verscheen op 2 november, pagina 23.

Door | 2017-11-03T21:41:19+00:00 november 1st, 2017|Categorieën: Publicaties|0 Reacties

Geef een reactie